16 September 2026
Webb's Uitzicht op M 64, het Blauw Oogstelsel
Credit: NASA, CSA, ESA, F. Belfiore (ESO), J. Lee (STScI), A. Leroy (OSU), & D. Thilker (JHU);Beeldbewerking: G. Kober (NASA / Catholic University)
Tekst: Keighley Rockcliffe (NASA GSFC, UMBC CSST, CRESST II) & Rolf Jansen (ASU)
Uitleg:
Waar Hubble
duisternis vindt, ziet Webb soms licht.
Een voorbeeld is
Messier 64, een nabij
spiraalstelsel
met vele bijnamen.
De donkere band van stof, die het licht van de heldere kern deels blokkeert, gaf aanleiding
tot "het Blauw Oogstelsel".
Het Mid-InfraRed Instrument (MIRI) aan boord van de
James
Webb ruimtetelescoop ziet dat stof stralen (hier weergegeven in rode
tinten) daar waar het licht van omringende pasgeboren sterren absorbeert en
weer uitzendt in het infrarood.
Deze jonge sterren bevinden zich in rozerode stervormingsgebieden in de
Hubble afbeelding, die verschijnt wanneer u uw cursor over de afbeelding
schuift.
Terwijl de sterren en het interstellaire gas in de centrale delen van
M 64 in dezelfde richting ronddraaien, draait het gas in de buitendelen
in
tegenovergestelde richting.
Dat leidt in gebieden waar de twee gas"stromen" elkaar ontmoeten en op elkaar
botsen tot verhoogde stervormingsactiviteit.
Het stoffige oog van M 64 en de bizarre rotatie zijn waarschijnlijk het
gevolg van de versmelting van twee afzonderlijke melkwegstelsels zo'n miljard
jaar geleden.
Men dacht ooit dat spiraalstelsels een onverstoorde ontstaansgeschiedenis
hadden.
M 64 leverde
onomstotelijk bewijs dat spiraalstelsels, inclusief onze eigen
Melkweg, botsingen en versmeltingen kunnen ondergaan.
Webb's uitzicht op M 64 staat sterrenkundingen toe meer te leren
over de structuur, bewegingen, en samenstelling van het interstellaire stof en
vertellen ons over de onstuimige geschiedenis van het stelsel.